Lange vingers

Het is misschien wel het eerste koekje wat je als kind mag eten: lange vingers. Ik gebruik ze nu vooral in baksels, zoals tiramisu. Deze droge koekjes kunnen namelijk heel goed vloeistof opnemen, waardoor ze erg smakelijk worden!

Voor 32 stuks

Ingrediënten:
120 gram eiwit (4 st)
100 gram fijne kristalsuiker
80 gram eidooier (4 st)
100 gram patentbloem
poedersuiker

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 170ºC. Bekleed 2 bakplaten met bakpapier.

Klop het eiwit stijf en voeg tijdens het kloppen langzaam de suiker toe.

Klop vervolgens de eidooier schuimig. Meng de eidooier voorzichtig door het eiwit, zodat de luchtigheid van het eiwit zo veel mogelijk behouden blijft.

Zeef de bloem boven het eimengsel en spatel dit goed, maar voorzichtig door. De bloem zal vooral op de bodem van de kom blijven liggen, dus spatel ook goed over de bodem.

Doe het beslag in een spuitzak met een glad spuitmondje. Hoe groter het spuitmondje, des te breder de lange vingers. Spuit lange vingers op de bakplaten. Zorg hierbij voor voldoende tussenruimte, want de vingers zullen tijdens het bakken uitzetten.

Bestrooi ze vlak voor het bakken met poedersuiker. Bak de lange vingers in 25 min. gaar en krokant. Laat ze afkoelen op een afkoelrooster.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *