Fonceren is een veel gehoorde bakterm. Maar wat is het en hoe doe je dat? Met fonceren wordt het met deeg bekleden van een taartvorm bedoeld. Iets wat je dus heel veel doet bij het bakken. Hoe dit doet, leg ik je hier uit.

Tartellettes, quiche, vlaai… Allemaal voorbeelden van baksels waarbij je deeg eerst in de taartvorm moet leggen, dus moet fonceren. Het gaat hierbij om verschillende soorten deeg: zanddeeg, korstdeeg (bladerdeeg) of vlaaideeg (een gerezen deeg). Welke deeg je gebruikt, maakt niet uit: het fonceren werkt hetzelfde. Wel is het ene deeg makkelijker in een lap in de taartvorm te leggen dan de andere: vlaaideeg is lang gekneed, waardoor er gluten zijn ontstaan en het deeg elastisch is en dus makkelijk heel blijft. Zanddeeg daarentegen is heel kort gekneed en is heel breekbaar. Daar zullen sneller stukjes afbreken.

Werkwijze:

  1. Vet de taartvorm in met boter.
  2. Stuif wat bloem op het werkblad om te voorkomen dat het deeg vastplakt aan het werkblad. Rol hier het deeg met een deegroller op uit tot een plak deeg (het recept zal aangeven hoe dik het deeg uitgerold moet worden).
  3. Rol het deeg losjes om de deegroller en til de plak zo in de taartvorm. Duw het deeg strak tegen de bodem en de wanden van de taartvorm.
  4. Snijd het overhangende deeg af langs de bovenkant van de taartvorm. Hiervoor kan je de deegroller of een mes gebruiken.
  5. Prik met een vork gaatjes in het deeg op de bodem, zodat er geen luchtbel onder het deeg kan ontstaan.

Bij veel recepten wordt de taart nu gevuld en vervolgens gebakken. Maar er zullen ook recepten zijn die pas na het bakken van de taartbodem gevuld worden (zoals tartellettes met Zwitserse room en vers fruit). Hierbij moet de bodem eerst ‘blind’ (zonder vulling) gebakken worden. Hierbij wordt een blindbakvulling gebruikt: in de bakwinkel zijn deze parels van aardewerk te koop, maar je kunt er ook gedroogde bonen voor gebruiken. Deze zijn her te gebruiken, ze zijn na het bakken alleen niet meer geschikt om te koken en eten…

  1. Leg een stuk bakpapier over het deeg in de taartvorm.
  2. Vul de vorm met blindbakvulling.
  3. Bak de bodem volgens het recept.
  4. Til na de eerste baktermijn het bakpapier met daarin de blindbakvulling voorzichtig uit de taart. Let wel op, want de korrels zijn heet. Bestrijk de bodem met eventueel met ei en bak de bodem verder in de oven. Door het ei ontstaat er een beschermend laagje over de bodem, zodat deze krokant blijft bij gebruik van een vloeibare vulling.
Fonceren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *