Panna cotta is Italiaans voor ‘gekookte room’. Het is een simpel Italiaans dessert. Lekker voor in de zomer, want naast dat je niet lang in de keuken hoeft te staan, is panna cotta heerlijk met zomerfruit als aardbeien, frambozen en bramen. Het recept lees je hier!

Waar je bij het maken van panna cotta vooral rekening mee moet houden, is de tijd die de room nodig heeft om op te stijven. Dit gebeurt door de gelatine die je toevoegt. Zoals je in mijn voorraadblog over bindmiddelen kan lezen, mag gelatine niet koken. Echter, de room moet wel gekookt worden (zoals de naam van het dessert al aangeeft). De gelatine moet je dus pas na het koken van de room toevoegen. Met deze tips kan jouw panna cotta niet mislukken!

Voor 4 personen:

Panna cotta

Ingrediënten:
5 gram gelatine + 25 gram koud water (of 2,5 gelatineblaadje + ruim water)
1 vanillestokje
500 ml room
75 gram suiker
rood fruit of mango, passievrucht

Bereidingswijze:
Week de gelatine in het koude water (lees hier meer over het weken van gelatine).

Doe de room in een steelpannetje. Schraap het merg uit het vanillestokje en voeg dit toe aan de room. Breng de room met de vanille en suiker aan de kook. Laat de room even kort doorkoken, maar let hierbij op dat de room niet gaat overkoken (dat geeft veel rommel)!

Haal de room van het vuur. Knijp de gelatine uit en roer dit door de room. Blijf rustig roeren tot de gelatine volledig is opgelost. Giet de room in 4 glazen of bakjes en laat minimaal 3 uur opstijven in de koelkast.

Haal de panna cotta uit de koelkast. Verdeel het fruit erover. Je kan het fruit ook pureren en als coulis (saus) op de panna cotta gieten. Wat daarbij nog lekker is: een (zelfgemaakte) kletskop!

Eet smakelijk!

Panna cotta

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *