Brusselse wafels

Wafels zijn er in verschillende soorten: krokante wafels voor bijvoorbeeld stroopwafels en grotere, zachte wafels. Vandaag deel ik het recept voor Brusselse wafels met je: heerlijk als dessert of bij de koffie met een bol ijs en vers fruit! Hmm…

Wafelijzer

Wafelijzer

Een Brusselse wafel is een luchtige wafel. Voor deze luchtigheid wordt gezorgd door een rijsmiddel, in dit geval gist. Dit betekent dat het beslag ook nog even de tijd nodig heeft om te rijzen. Verder heb je een wafelijzer nodig met een groot en diep wafelpatroon.

Voor 4 stuks:
Ingrediënten:
125 gram bloem, patent
6 gram suiker
1 gram zout
5 gram gist, vers (of 2 gram gedroogd)
125 gram melk, lauw
125 gram water, lauw
50 gram ei
50 gram boter, gesmolten

Bereidingswijze:
Doe de bloem in een meng kom en maak hier een kuiltje in. Strooi de suiker en het zout aan de rand van het kuiltje op de bloem. Doe de gist in het kuiltje.

Meng de melk met het water. Giet de helft van dit mengsel in het kuiltje van de bloem. Klop dit met een garde tot een glad beslag. Giet de rest van het melk/watermengsel al kloppend door het beslag. Meng tenslotte het ei en de boter door het beslag tot dit weer egaal is.

Leg een vochtige theedoek over de mengkom en laat het beslag op een warme plek 30 minuten rijzen.

Verwarm na 30 minuten het wafelijzer. Giet 1/4 van het beslag op het ijzer en bak de wafels in 5-6 minuten goudbruin.

Laat de wafels wat afkoelen op een afkoelrooster, zodat de wafels krokant blijven.

Serveer de Brusselse wafels direct en dus lekker warm met poedersuiker, ijs, slagroom, chocoladesaus, fruit of wat je maar lekker vindt.

Eet smakelijk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *