Voor een lekker baksel is achtergrondkennis over ingrediënten niet onbelangrijk. In de ‘voorraadkast’-blogs neem ik je mee door mijn eigen voorraadkast en vertel ik je wat je moet weten over de verschillende ingrediënten die daar te vinden zijn. Deel 2 gaat over suiker.

Suiker maakt je baksel krokant en geeft een zoete smaak. Ook zorgt het voor een aantrekkelijk kleurtje.  Voor al het zoete lekkers is dit dus een onmisbaar ingrediënt. Maar welke soort suiker gebruik je wanneer. De keuze is reuze: ik heb 11 (!!!) verschillende soorten in mijn voorraadkast staan:

Kristalsuiker

Kristalsuiker is de meest ‘standaard’ suiker. Wanneer er geen specifieke suikersoort wordt genoemd in een recept, dan kan je er wel vanuit gaan dat er kristalsuiker wordt bedoeld. Het maakt je baksel krokant en laat je baksel tijdens het bakken niet zo veel uitvloeien. Kristalsuiker is in verschillende malingsgraden te koop: fijn en wat grover. Voor baksels is fijne kristalsuiker nodig: deze suiker mengt makkelijker en lost mooier op. Grove kristalsuiker is vaak goedkoper en is goed te gebruiken in bijvoorbeeld een kop koffie of als decoratie op een rastervlaai.

 

Basterdsuiker

Basterdsuiker is kristalsuiker waar invertsuiker aan is toegevoegd. Dit is suiker die altijd vloeibaar blijft. Dit maakt de suiker plakkeriger, waardoor je baksel meer samenhang krijgt. Dit resulteert dus in bijvoorbeeld een minder krokant koekje. Basterdsuiker is verkrijgbaar in 3 soorten: wit, licht en donker. Aan de lichte en donkere variant wordt karamel toegevoegd, waardoor de smaak veranderd. Dit geeft een specifieke smaak aan je lekkers, zoals bij bolussen of speculaas.

 

Poedersuiker

Poedersuiker is suiker in poedervorm. Hierdoor lost het erg goed op en mengt het goed. Dit zorgt voor een egale kleur van je baksel. Ook wordt poedersuiker vaak gebruikt om taarten en gebak of desserts te decoreren.

 

Vanillesuiker

Vanillesuiker is kristalsuiker met een vanillesmaak. Het voegt dus een extra smaak toe. Het is in zakjes te koop, maar dit is geen echte vanillesuiker. Het is suiker waar kunstmatig een vanillesmaak aan is toegevoegd. Echte vanillesuiker smaakt veel beter en is makkelijk zelf te maken: vul een pot met kristalsuiker en duw er je leegeschraapte vanillestokjes in. Deze suiker zal de vanillesmaak van de stokjes overnemen.

 

Rietsuiker

Rietsuiker is suiker uit suikerriet (kristalsuiker komt uit bieten). Het heeft net een andere smaak.

 

Greinsuiker

Greinsuiker ontstaat wanneer kristalsuiker al roerend wordt verwarmd. De suikerkristallen gaan dan ‘greinen’: er ontstaan witte, brosse suikerbrokjes. Deze suikerbrokjes zijn kenmerkend in Luikse Wafels.

 

Geleisuiker

Geleisuiker is kristalsuiker waar pectine aan is toegevoegd. Dit is een plantaardig verdikkingsmiddel. Wanneer geleisuiker wordt gekookt, smelt het (net als alle suikersoorten) en dikt het in: het wordt stroperig. Daarom wordt geleisuiker gebruikt voor het maken van jam en gelei. Lees meer over bindmiddelen.

 

Glucosestroop

Glucosestroop wordt gemaakt door zuren aan suiker toe te voegen. Hierdoor verandert de chemische samenstelling en ontstaat er een suikerstroop die altijd vloeibaar blijft. Dit noemen we invertsuiker. Het is zoeter dan kristalsuiker en karamelliseert minder snel, waardoor het zachter blijft als het wordt verwarmd. Voor krokante suiker is het dus niet verstandig om glucosestroop te gebruiken.

 

 

Nu je meer weet over de verschillen tussen de suikersoorten kan je de door jou gewenste suikersoort kiezen voor jouw lekkers. Over het algemeen wordt suiker direct met andere ingrediënten gemengd. Maar suiker is ook te verwarmen waardoor het smelt maar ook in structuur veranderd. Uiteindelijk zal suiker dan karamelliseren. Hoe dit werkt, zal ik in het volgende bericht met jullie delen.

Voorraadkast – suiker

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *